Direct contact opnemen met kerkelijk bureau of scriba algemene kerkenraad.

Meditaties

Deze zal ons troosten

... Deze zal ons troosten

Deze zal ons troosten (Gen. 5:29)

Troost. Daar verlangde Lamech naar. En niet alleen hij, maar ook de mensen om hem heen. Hij spreekt in het meervoud. Behoefte aan troost. Vanwege de moeitevolle arbeid. Vanwege het zwoegen en sloven, het voortgejaagd worden door wat er allemaal moet. Een succesvolle economie: steden worden gebouwd, techniek en kunst bloeien (Gen 4:17,21,22). En toch: een aarde die de Here heeft vervloekt. Waarom? Om de moord en doodslag. En daarachter: om de hebzucht en inhaligheid van mensen. Om het nooit tevreden en nooit genoeg.

Er wordt een kind geboren. Een nieuw begin. Een nieuw leven. ‘Deze zal ons troosten.’ Noach - de trooster. Door hem zal het anders worden.

Het werd anders. Het zwoegen en slaven hield op. De economie verteerde niet meer het geluk van mensen. Alles hield op. Het water kwam. Zo loopt het af met een wereld die de vloek draagt over de inhaligheid van mensen. Een troosteloze chaos.

Op de wateren van de chaos drijft een vaartuig. Een boot kun je het nauwelijks noemen. Het is een kist – als een doodskist op het water van de dood. Daarin is Noach. Daarin is hij in het meervoud – zijn acht zielen. De mensheid wordt gered over het water van de dood heen. Dat is de troost die Noach brengt. Het wordt geen vreedzame gelukkige wereld door een grootse leider. Het is redding door de ondergang heen. Lamech is een profeet. Maar God heeft rare profeten. Zelfs als ze optreden in de wet, de boeken van Mozes. Of beter: juist als ze optreden in de wet. Is dit de troost waarop de wereld wacht? Een rare profeet – niet omdat het anders uitpakte dan mensen hoopten, maar omdat er mensen aan het oordeel ontsnappen. ‘Je zult de dood sterven’ had de mens gehoord. Zo staat het in het eerste boek van Mozes. Maar de Here troost de troosteloze wereld door een mens die wordt gered.

‘Door hetwelk de doop beduid wordt’ zegt de kerk daarover. Dat heeft ze geleerd van Petrus (1 Petr. 3). Hij heeft het in zijn brief over Christus. Hij is de Trooster van de vervloekte wereld. Jezus gaat veel verder dan Noach. Noach werd met zijn gezin gered – acht zielen. Jezus redt niemand. Allemaal gaan ze dood. Het is voorgoed voorbij. Niets van de oude wereld blijft over. Zelfs Jezus zelf is doodgegaan. Hij had geen ark en geen gezin dat werd gered.

Wij zijn met Hem gestorven. Met Hem begraven in zijn dood in de doop. De doop is erger dan de zondvloed. Een aarde die definitief is vervloekt.

Jezus is opgestaan. Met Hem verrijzen zij die met Hem stierven. Het oude is voorbijgegaan. Alles is nieuw geworden. Redding is er niet alleen voor de gehoorzame Noach. Redding is er ook voor ongehoorzamen. Zelfs de ongehoorzamen die de wereld met hun economie een vloek maakten in de dagen van Noach. Geesten in de gevangenis, zegt Petrus. Maar zij horen de boodschap van de opstanding. Wat Petrus daarmee bedoelt weten we niet. We weten wel dat alle machten en krachten aan Christus onderworpen zijn. De doop: een vraag naar een goed geweten – een nieuw leven in de opstanding van Christus. Het is advent. Een nieuw begin dat meer is dan de hoop van Lamech.

A. van de Beek

 

Naar overzicht

Geplaatst door:

dr. A. v.d. Beek

Datum:

3 december 2018

Deze website is ontwikkeld in samenwerking met: